Hoe de indicatie werkt
Rond lokaal spoor liggen drie zones: de kernzone (spoor en bovenleiding), de beschermingszone en de buitenste beschermingszone. Hoe verder van het spoor, hoe meer er zonder vergunning mag.
- Kernzone: vrijwel alles is vergunningplichtig.
- Beschermingszone: geen vergunning als hoogte, reikwijdte en diepte maximaal 5 m zijn en er geen zetting onder het spoor ontstaat. Wel een melding, minstens 6 weken vooraf.
- Buitenste beschermingszone: geen vergunning als hoogte en reikwijdte maximaal 15 m zijn of kleiner dan de afstand tot de kernzone, en de diepte maximaal 15 m is.
De grens tussen beschermingszone en buitenste beschermingszone is nergens openbaar als kaart. Waar die grens de uitkomst bepaalt, zegt de indicatie dat eerlijk.
Kaartgegevens. Voor RET en HTM komt de kernzone uit het ruimtelijk profiel van de MRDH (circa 6 m uit de spooras). De buitengrens van het beperkingengebied schatten we daar op 15 m buiten de kernzone. Voor GVB komt de buitengrens uit de kaart van de Vervoerregio en schatten we de kernzone als strook langs de lijnas: